Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

voorzien

betekenis & definitie

voorzien - onregelmatig werkwoord
uitspraak: voor-zien

1. dat het van iemand is
dit dier is voorzien van akelige stekels
2. het van tevoren aan zien komen
♢ denk je dat het goed zal gaan? nee, ik voorzie moeilijkheden
1. dat was te voorzien
[dat had je kunnen weten]
3. ervoor zorgen dat hij het krijgt
♢ de melkboer voorziet mij van melkproducten
1. in je onderhoud voorzien
[ervoor zorgen dat er geld is om van te leven]
4. het proberen te pakken te krijgen
♢ hij heeft het voorzien op mijn schilderij

Algemene uitdrukkingen:
1. de regels voorzien daar niet in
[de regels zeggen daar niets over]
2. in de behoefte voorzien
[ervoor zorgen dat er geen behoefte meer aan is]
3. de fiets is voorzien van een bel
[heeft een bel]
Onregelmatig werkwoord: voor-zien
ik voorzie
jij/u voorziet
hij/zij voorziet
wij/zij/jullie voorzien
ik/jij/u/hij/zij voorzag
wij/zij/jullie voorzagen
hij heeft voorzien

Synoniemen
bezitten, hebben

Tegenstellingen
derven, missen