Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

voorgevel

betekenis & definitie

voorgevel - zelfstandig naamwoord
uitspraak: voor-ge-vel

1. voorkant van een gebouw
♢ in de voorgevel zitten twee grote ramen
1. Thorvald heeft een flinke voorgevel
[grote neus]
2. Nelleke heeft een flinke voorgevel
[grote boezem]

Zelfstandig naamwoord: voor-ge-vel
de voorgevel
de voorgevels
het voorgeveltje

Synoniemen
gevel