voorgevel - zelfstandig naamwoord
uitspraak: voor-ge-vel
1. voorkant van een gebouw
♢ in de voorgevel zitten twee grote ramen
1. Thorvald heeft een flinke voorgevel
[grote neus]
2. Nelleke heeft een flinke voorgevel
[grote boezem]
Zelfstandig naamwoord: voor-ge-vel
de voorgevel
de voorgevels
het voorgeveltje
Synoniemen
gevel
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.