Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

volstaan

betekenis & definitie

volstaan - onregelmatig werkwoord
uitspraak: vol-staan

1. je daartoe beperken
ik volsta met een korte toespraak
2. voldoende zijn
alleen een boterham met kaas volstaat niet

Onregelmatig werkwoord: vol-staan
ik volsta
jij/u volstaat
hij/zij volstaat
wij/zij/jullie volstaan
ik/jij/u/hij/zij volstond
wij/zij/jullie volstonden
hij heeft volstaan