vermogen betekenis & definitie

vermogen - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ver-mo-gen

1. kracht om iets te doen
deze auto heeft een vermogen van 20 pk
2. al je bezittingen samen
zijn vermogen is de laatste jaren alleen maar gegroeid
3. grote hoeveelheid bezittingen
♢ Roald heeft in tien jaar tijd een vermogen bij elkaar gespaard
4. wat je kunt
♢ mensen hebben het vermogen om te denken

Zelfstandig naamwoord: ver-mo-gen
het vermogen
de vermogens

Synoniemen
capaciteit, macht, potentie

Tegenstellingen
onvermogen