Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

uithangen

betekenis & definitie

uithangen - onregelmatig werkwoord
uitspraak: uit-han-gen

1. je er bevinden
waar heb jij vanavond uitgehangen?
2. doen alsof je dat bent
♢ hij probeert altijd de stoere bink uit te hangen

Onregelmatig werkwoord: uit-han-gen
ik hang uit (... ik uithang)
jij/u hangt uit (... jij uithangt)
hij/zij hangt uit (... hij uithangt)
wij/zij/jullie hangen uit (... wij uithangen)
ik/jij/u/hij/zij hing uit (... ik uithing)
wij/zij/jullie hingen uit (... wij uithingen)
hij heeft uitgehangen
de/het/een uitgehangen ....
uithangend, uithangende

Synoniemen
vertoeven, zijn

Tegenstellingen
ontbreken