Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

uitbenen

betekenis & definitie

uitbenen - regelmatig werkwoord
uitspraak: uit-be-nen

1. de botten uit het vlees verwijderen
♢ de slager beende de karbonades uit

Regelmatig werkwoord: uit-be-nen
ik been uit (... ik uitbeen)
jij/u beent uit (... jij uitbeent)
hij/zij beent uit (... hij uitbeent)
wij/zij/jullie benen uit (... wij uitbenen)
ik/jij/u/hij/zij beende uit (... ik uitbeende)
wij/zij/jullie beenden uit (... wij uitbeenden)
hij heeft uitgebeend
de/het/een uitgebeende ....
uitbenend, uitbenende