Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

troef

betekenis & definitie

troef - zelfstandig naamwoord

1. speelkaart die aangeeft welke figuur een hogere waarde heeft
♢ bij dit spelletje klaverjassen is schoppen troef
1. je laatste troef uitspelen
[je laatste kans gebruiken]
2. het is daar armoe troef
[grote armoede]
3. veel troeven in handen hebben
[doorslaggevende argumenten]
4. zijn laatste troef uitspelen
[gebruikmaken van zijn laatste kans]

Zelfstandig naamwoord: troef
de troef
de troeven