tonen betekenis & definitie

tonen - regelmatig werkwoord
uitspraak: to-nen

1. het laten zien
hij toonde mij zijn nieuwe computer
1. dankbaarheid tonen
[laten zien dat je dankbaar bent]

Regelmatig werkwoord: to-nen
ik toon
jij/u toont
hij/zij toont
wij/zij/jullie tonen
ik/jij/u/hij/zij toonde
wij/zij/jullie toonden
hij heeft getoond
de/het/een getoonde ....
tonend, tonende

Synoniemen
overleggen

Tegenstellingen
verstoppen, wegstoppen