Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

tijdstip

betekenis & definitie

tijdstip - zelfstandig naamwoord
uitspraak: tijd-stip

1. punt of plaats in reeks van momenten
♢ op welk tijdstip kwam hij thuis?

Zelfstandig naamwoord: tijd-stip
het tijdstip
de tijdstippen

Synoniemen
tijd, uur