Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

tegen

betekenis & definitie

tegen - voorzetsel, bijwoord
uitspraak: te-gen

1. het raakt iets of iemand anders aan
♢ de fiets staat tegen de muur
2. het wordt bestreden
♢ dit tablet is tegen de hoofdpijn
1. Ajax voetbalt tegen Feyenoord
[deze clubs zijn elkaars tegenstander]
3. nog net niet
♢ het is tegen zes uur
4. je bent het er niet mee eens
♢ ik ben tegen discriminatie
1. tegen zijn wens
[hij wil het niet]
2. hij heeft het tegen wil en dank gedaan
[hoewel hij het eigenlijk niet wilde]
3. ik heb er niets op tegen
[ik vind het prima]
5. het is niet gunstig
♢ alles zit hem tegen

Algemene uitdrukkingen:
1. ik kan er niet tegen
[ik vind het heel vervelend]
2. tien tegen één dat ....
[er is een hele grote kans op]
3. je iets tegen eten
[er zoveel van eten dat je het niet meer lust]
4. tegen alle verwachting
[niemand had het verwacht]
Voorzetsel: te-gen
Bijwoord: te-gen

Tegenstellingen
mee, voor, voor