Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

stroop

betekenis & definitie

stroop - zelfstandig naamwoord

1. dikke plakkerige vloeistof, gemaakt van suiker
we deden stroop op de pannenkoek
1. iemand stroop om de mond smeren
[hem overdreven vleien, ophemelen]

Zelfstandig naamwoord: stroop
de stroop