Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

slof

betekenis & definitie

slof - zelfstandig naamwoord

1. lichte schoen voor in huis
♢ als hij thuiskomt doet hij zijn sloffen aan
1. iets op zijn sloffen kunnen
[heel gemakkelijk]
2. uit zijn slof schieten
[plotseling boos worden]
3. het vuur uit zijn sloffen lopen
[ergens veel moeite voor doen]
2. pak met pakjes sigaretten
♢ ze rookt wel een slof sigaretten per week

Zelfstandig naamwoord: slof
de slof
de sloffen
het slofje

Synoniemen
pantoffel