Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

schijt

betekenis & definitie

schijt - zelfstandig naamwoord

1. onverteerd voedsel dat via je anus naar buiten komt
die wc was zó smerig, de schijt zat overal
1. aan de schijt zijn
[diarree hebben]
2. ik heb er schijt aan
[ik geef er niets om, ik trek me er niets van aan]
3. schijt hebben aan dronken Naatje (TB)
[je niets aantrekken van wat niet belangrijk is]

Zelfstandig naamwoord: schijt
de schijt

Synoniemen
drek, fecaliën, kak, ontlasting, poep, shit, stoelgang, stront, uitwerpsel