Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

rubber

betekenis & definitie

rubber - zelfstandig naamwoord
uitspraak: rub-ber

1. elastische stof, afkomstig van het sap van de rubberboom
deze boot is gemaakt van rubber

Zelfstandig naamwoord: rub-ber
de of het rubber