Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

regelmatig

betekenis & definitie

regelmatig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: re-gel-ma-tig

1. op veel momenten, veel keren
ik zoek mijn ouders regelmatig op
2. met vaste tijdsduur ertussen
♢ ik zoek mijn ouders regelmatig op
1. een regelmatig werkwoord
[dat in de verleden tijd dezelfde klank houdt]
3. met alles op de juiste plaats
♢ een regelmatig gebit
4. wat een bepaalde regelmaat volgt
♢ 'typen' is een heel regelmatig werkwoord, het houdt in de verleden tijd dezelfde klank
1. regelmatige werkwoorden
[die in de verleden tijd geen andere klank krijgen, bijv. tekenen]
5. het even lang zijn van alle zijden en even groot zijn van alle hoeken van een vorm
♢ een honingraat is opgebouwd uit regelmatige zeshoeken
6. strak van vorm, met een vaste structuur
♢ dit gebouw heeft een regelmatige vorm

Bijvoeglijk naamwoord: re-gel-ma-tig
... is regelmatiger dan ...
het regelmatigst
de/het regelmatige ...
iets regelmatigs

Synoniemen
dikwijls, frequent, geregeld, meermaals, meermalen, menigmaal, vaak, veel, veelvuldig

Tegenstellingen
grillig, onregelmatig, weinig