Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

Gepubliceerd op 30-11-2017

rad

betekenis & definitie

rad - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord

1. snel en met zoveel mogelijk resultaat
♢ met een rad gebaar trok hij zijn muts af
1. rad van tong zijn
[snel en veel spreken]

1. wiel met tanden, onderdeel van machine
♢ de raderen van het uurwerk zijn versleten
2. wiel dat om een as draait
♢ hij draaide het rad nog eens rond

Bijvoeglijk naamwoord: rad

Algemene uitdrukkingen:
1. hem een rad voor ogen draaien
[hem bedriegen]
2. rad van avontuur
[spel dat bestaat uit ronddraaiende schijf met nummers]
Zelfstandig naamwoord: rad
het rad
de raderen
het radertje

Synoniemen
behendig, handig

< >