Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

puree

betekenis & definitie

puree - zelfstandig naamwoord
uitspraak: pu-ree

1. fijngestampte brij, vaak van aardappelen met wat boter etc.
we eten vanavond kip met puree en broccoli
1. de auto in de puree rijden
[in stukken, helemaal kapot]
2. in de puree zitten
[in moeilijkheden]
3. zich in de puree werken
[in de narigheid]

Zelfstandig naamwoord: pu-ree
de puree