Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 30-11-2017

pro

betekenis & definitie

pro - bijwoord, woorddeel, zelfstandig naamwoord

1. ervóór zijn
ik ben pro deze maatregel
1. pro-Amerikaans
[eens met de Amerikaanse aanpak]

1. voor
♢ pro-Amerikaans = voor Amerika

1. punt in het voordeel
♢ het is een pro dat Derek gestudeerd heeft

Bijwoord: pro

Woorddeel: pro-

Zelfstandig naamwoord: pro
het pro
de pro's

Tegenstellingen
anti-, contra-