Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

poten

betekenis & definitie

poten - regelmatig werkwoord
uitspraak: po-ten

1. in de grond zetten om te laten groeien
vandaag heb ik de aardappels gepoot

Regelmatig werkwoord: po-ten
ik poot
jij/u poot
hij/zij poot
wij/zij/jullie poten
ik/jij/u/hij/zij pootte
wij/zij/jullie pootten
hij heeft gepoot
de/het/een gepote ....
potend, potende

Synoniemen
planten

Tegenstellingen
rooien