Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

poep

betekenis & definitie

poep - zelfstandig naamwoord

1. onverteerd voedsel dat via je anus naar buiten komt
er zit weer hondenpoep aan mijn schoen
1. in een poep en een scheet
[heel snel]
2. iemand een poepje laten ruiken
[hem versteld doen staan]

Zelfstandig naamwoord: poep
de poep
het poepje

Synoniemen
drek, fecaliën, kak, ontlasting, schijt, shit, stoelgang, stront, uitwerpsel