Piet betekenis & definitie

Piet - zelfstandig naamwoord

1. jongensnaam
mijn broer heet toevallig Piet
1. Zwarte Piet
[de knecht van Sinterklaas]
2. voor Piet Snot staan
[een dom of gek figuur slaan]
3. er voor Piet Snot bij zitten
[niet echt mee mogen doen]

1. iemand die veel weet
♢ hij is een hele piet op het gebied van computers
1. iemand de zwarte piet toespelen
[hem de schuld of het probleem toeschuiven]
2. stinken als de pieten
[heel erg]
3. een hele piet
[een belangrijk persoon]
4. een saaie piet
[een saai persoon]
2. zangvogeltje
♢ tante heeft een pietje in een kooi

Zelfstandig naamwoord: Piet

Zelfstandig naamwoord: piet
de piet
de pieten
het pietje