Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

pap

betekenis & definitie

pap - zelfstandig naamwoord

1. man die een of meer kinderen heeft
♢ ga je mee naar het zwembad, pap?
2. halfvloeibaar mengsel op basis met melk, karnemelk of water als basis
♢ onze Engelse schoonzus kookt pap voor het ontbijt
1. daar heeft Mauro geen pap van gegeten
[daar heeft hij geen verstand van]
2. de pap is gestort
[er is niets meer aan te doen, het is te laat]
3. als er pap geboden wordt, moet men gapen
[je moet van de gelegenheid gebruik maken]
4. ik lust er wel pap van
[ik hou er veel van]
5. of je pap lust!
[als reactie op dom onbegrip]
6. dat heb ik nog nooit in mijn pap gevonden
[dat is me nog nooit overkomen]
7. voordat iemand pap heeft kunnen zeggen
[meteen, heel vlug]
8. geen pap meer kunnen zeggen
[heel erg moe zijn]
9. ik had pap in de benen
[geen kracht in de benen]
10. dat is het zout in de pap
[wat het boeiend en aantrekkelijk maakt]
11. hij is het zout in de pap niet waard
[hij presteert niets]
12. iemand de pap in de mond geven
[precies zeggen wat hij doen moet]

Zelfstandig naamwoord: pap
de pap
het papje

Synoniemen
ouwe, pa, papa, paps, vader

Tegenstellingen
ma, mam, mama, mamma, moeder