Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

ooievaar

betekenis & definitie

ooievaar - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ooi-e-vaar

1. trekvogel met lange dunne poten en een lange rechte snavel
♢ de ooievaar staat op een poot in zijn nest
1. benen als een ooievaar
[lange, dunne benen]
2. eten als een ooievaar
[gulzig eten]
3. één ooievaar maakt nog geen zomer
[uit één feit mag je nog geen optimistische conclusies trekken]
4. daar moet de ooievaar komen
[die vrouw is in verwachting]

Zelfstandig naamwoord: ooi-e-vaar
de ooievaar
de ooievaars
het ooievaartje