Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

onvoorwaardelijk

betekenis & definitie

onvoorwaardelijk - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: on-voor-waar-de-lijk

1. door niets of niemand beperkt of gehinderd
toen we trouwden heb ik hem onvoorwaardelijke trouw beloofd
1. een onvoorwaardelijke gevangenisstraf
[die moet je in elk geval uitzitten]
2. onvoorwaardelijke reflexen
[waar je zelf geen invloed op hebt]

Bijvoeglijk naamwoord: on-voor-waar-de-lijk
de/het onvoorwaardelijke ...
iets onvoorwaardelijks

Synoniemen
absoluut, onbelemmerd, onbeperkt, ruim, vrij

Tegenstellingen
onvrij