Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

ongezond

betekenis & definitie

ongezond - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: on-ge-zond

1. lichamelijk niet goed in orde
zijn moeder is haar hele leven al ongezond
2. nadelig voor je lichaam
♢ roken is ongezond
1. een ongezonde kleur hebben
[er ziekelijk uitzien]
3. nadelig voor je geest
♢ zij is dol op die ongezonde lectuur
1. ongezonde nieuwsgierigheid
[abnormaal]
4. niet in orde, niet sterk
♢ dit bedrijf is ongezond
5. niet wenselijk
♢ die ruzie in het bedrijf is een ongezonde toestand

Bijvoeglijk naamwoord: on-ge-zond
de/het ongezonde ...
iets ongezonds

Tegenstellingen
gewenst, gezond, wenselijk