Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

ondubbelzinnig

betekenis & definitie

ondubbelzinnig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: on-dub-bel-zin-nig

1. goed te begrijpen
ik zal hem eens ondubbelzinnig de waarheid zeggen

Bijvoeglijk naamwoord: on-dub-bel-zin-nig
de/het ondubbelzinnige ...
iets ondubbelzinnigs

Tegenstellingen
dubbelzinnig, tweeledig