Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

ondeugend

betekenis & definitie

ondeugend - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: on-deu-gend

1. wie doet wat niet mag
Bas was erg ondeugend: hij pakte een snoepje uit de trommel
2. grappig en uitdagend
♢ Douglas keek me aan met een ondeugende blik

Bijvoeglijk naamwoord: on-deu-gend
... is ondeugender dan ...
het ondeugendst
de/het ondeugende ...
iets ondeugends

Synoniemen
ongehoorzaam, stout

Tegenstellingen
braaf, gehoorzaam, lief, zoet