Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

onafgebroken

betekenis & definitie

onafgebroken - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: on-af-ge-bro-ken

1. de hele tijd
ze zat onafgebroken naar me te staren

Bijvoeglijk naamwoord: on-af-ge-bro-ken

Synoniemen
chronisch, continu, doorlopend, gedurig, permanent, permanent

Tegenstellingen
nimmer, nooit