Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

nooit

betekenis & definitie

nooit - bijwoord

1. op geen enkel tijdstip
hij heeft nooit geschaatst
1. nooit ofte nimmer
[absoluut nooit]
2. nooit van mijn leven
[absoluut nooit]
2. in geen enkele situatie, in geen geval
♢ dat mag je nooit doen!
1. an me nooit niet!
[dat doe ik beslist niet]

Bijwoord: nooit

Synoniemen
nimmer

Tegenstellingen
aanhoudend, aldoor, almaar, alsmaar, altijd, constant, eens, onveranderlijk, ooit, steeds, voortdurend