Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

net

betekenis & definitie

net - bijwoord

1. nog maar korte tijd (geleden)
hij is net gearriveerd
1. het is maar net aan
[het gaat nauwelijks]
2. net goed!
[commentaar als iemand door eigen schuld iets vervelends overkomt]
3. net zo goed
[met hetzelfde resultaat]
4. net zo lief
[even graag]
5. net zo min als jij
[ook niet]
2. precies als
♢ ik ben net zo oud als Sibe
1. net doen alsof
[de schijn ophouden]
2. net echt
[het kan voor echt doorgaan]

Bijwoord: net

Synoniemen
daarnet, juist, laatst, nauwelijks, onlangs, pas, recentelijk, zo-even, zojuist

Tegenstellingen
al, reeds