Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

narigheid

betekenis & definitie

narigheid - zelfstandig naamwoord
uitspraak: na-rig-heid

1. akelige toestand
ze hebben de laatste tijd veel narigheid meegemaakt

Zelfstandig naamwoord: na-rig-heid
de narigheid
de narigheden
het narigheidje

Synoniemen
ellende, kwelling, misère, sores