Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

naamloos

betekenis & definitie

naamloos - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: naam-loos

1. van wie of wat de naam niet bekend is
♢ ik heb een naamloos mailtje ontvangen
1. een naamloze vennootschap
[bedrijf dat niet de naam draagt van de eigenaar of eigenaren]
2. niet belangrijk of opvallend genoeg om bij naam bekend te zijn
♢ naamloze avonturiers hebben het gebied verkend

Bijvoeglijk naamwoord: naam-loos
de/het naamloze ...