Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 31-10-2017

mooi

betekenis & definitie

mooi - bijvoeglijk naamwoord

1. zeer goed
♢het is een mooi feest geweest
1. daar ben je mooi klaar mee
[blijk van medeleven als iemand in een nare situatie zit]
2. iemand uitmaken voor alles wat mooi en lelijk is
[uitschelden]
3. nou nog mooier!
[verontwaardigde reactie op een belediging]
4. jij hebt mooi praten
[jij zit niet met die problemen]
5. het is te mooi om waar te zijn
[zo fijn dat ik het bijna niet kan geloven]
6. mooi weer spelen
[doen alsof er niets aan de hand is]
7. een mooi portret
[een kleurrijk, bijzonder persoon]
2. prettig om te zien of te horen
♢dit is mooie muziek
1. het mooie eraf kijken
[ergens lang naar kijken]
2. hij is niet moeders mooiste
[lelijk]
3. wie mooi wil zijn, moet pijn lijden
[voor een fraai uiterlijk moet je wat overhebben]
3. gunstig of goed
♢dat is toch een mooie baan
1. het is weer mooi geweest
[we gaan stoppen]
2. daar komen we mooi van af
[zonder veel schade]

Algemene uitdrukkingen:
1. mooie jongen ben jij!
[wat je gedaan hebt is niet zo leuk]
2. het is mooi geweest zo
[zeg je als iemand ergens mee ophoudt]
3. mooi niet!
[beslist niet]

Bijvoeglijk naamwoord: mooi
... is mooier dan ...
het mooist
de/het mooie ...
iets moois

Synoniemen
uitstekend [2], prima, voortreffelijk, uitgelezen, eminent, optimaal, kostelijk, meesterlijk, superieur, uitgezocht, uitmuntend, perfect, fraai, leuk

Tegenstellingen
slecht, beroerd, ellendig, erbarmelijk, inferieur, minderwaardig, verachtelijk, onooglijk, slecht