Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 31-10-2017

monteren

betekenis & definitie

monteren - regelmatig werkwoord
uitspraak: mon-te-ren

1. in elkaar zetten
♢Arie monteert de kast van Ikea

Regelmatig werkwoord: mon-te-ren
ik monteer
jij/u monteert
hij/zij monteert
wij/zij/jullie monteren
ik/jij/u/hij/zij monteerde
wij/zij/jullie monteerden
hij heeft gemonteerd
de/het/een gemonteerde ....
monterend, monterende

Tegenstellingen
demonteren