Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 31-10-2017

monnik

betekenis & definitie

monnik - zelfstandig naamwoord
uitspraak: mon-nik

1. man die in een klooster leeft
♢de monniken bidden en werken

Zelfstandig naamwoord: mon-nik
de monnik
de monniken
het monnikje