min betekenis & definitie

min - zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord
min. - bijwoord, afkorting

1. teken waarmee je aangeeft dat een getal moet worden afgetrokken van een ander getal
♢zeven min drie is vier

2. weinig betekenend
♢ben ik soms te min voor jou?
1. daar moet je niet te min over denken
[dat moet je niet onderschatten]
2. te min zijn voor iemand
[niet goed genoeg gevonden worden]
3. bedoeld om te benadelen of te kwellen
♢dat was een minne streek van jou!

4. bijna niet
♢Dobert wil zich zo min mogelijk inspannen
1. hij net zo min
[hij ook niet]
2. min of meer
[enigszins]
5. negatief, minder dan nul
♢het was min tien graden buiten

6. de kleinste hoeveelheid, het kleinste aantal, de kortste tijd
♢ik heb min. drie vrijwilligers nodig

7. minuut
♢na 10 min was het drama voorbij

Algemene uitdrukkingen:
1. zo min mogelijk
[zo weinig als kan]

Zelfstandig naamwoord: min
de min
de minmen
het minnetje

Bijvoeglijk naamwoord: min
de/het minne ...

Bijwoord: min

Synoniemen
minteken, minus
boosaardig, gemeen, kwaadaardig, laag, lelijk, vals, vuil, boos, minderwaardig, kwaadwillend, kwaadwillig
minimaal

Tegenstellingen
plus [2]
lief
dikwijls, vaak, veel, veelvuldig, regelmatig, menigmaal, meermalen, meermaals, frequent, plus
maximaal, max., hoogstens, hooguit