Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 31-10-2017

maarschalk

betekenis & definitie

maarschalk - zelfstandig naamwoord
uitspraak: maar-schalk

1. (vroeger) paardenknecht of opperstalmeester
♢de maarschalk verzorgt de paarden

Zelfstandig naamwoord: maar-schalk
de maarschalk
de maarschalken