Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

lusteloos

betekenis & definitie

lusteloos - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: lus-te-loos

1. met weinig energie en kracht
♢ het zieke kind hangt lusteloos op de bank
1. de markt is lusteloos
[er is weinig handel]
2. wie niet blij gemaakt kan worden
♢ lusteloos keek het verdrietige kind naar de film

Bijvoeglijk naamwoord: lus-te-loos
... is lustelozer dan ...
de/het lusteloze ...

Synoniemen
apathisch

Tegenstellingen
energiek, fit, okselfris