Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

lijvig

betekenis & definitie

lijvig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: lij-vig

1. erg breed of met een grote omvang
hij heeft een lijvig boek geschreven

Bijvoeglijk naamwoord: lij-vig
... is lijviger dan ...
het lijvigst
de/het lijvige ...
iets lijvigs

Synoniemen
corpulent, dik, gezet, gezwollen, opgezet, opgezwollen, zwaarlijvig

Tegenstellingen
slank