kunst betekenis & definitie

kunst - woorddeel, zelfstandig naamwoord

1. geeft aan dat wat in het tweede deel genoemd wordt, niet echt is
♢ een kunstgebit is een vals gebit

1. iets moois dat door mensen gemaakt is
♢ houdt u van moderne kunst?
1. beeldende kunsten
[schilderen en beeldhouwen]
2. uit de kunst!
[geweldig]
2. het kunnen doen van iets moeilijks
♢ hij verstaat de kunst een goed gesprek te voeren
1. zwarte kunst
[toverij, magie]
2. volgens de regels van de kunst
[zoals het hoort]
3. de kunst van iemand afkijken
[bij hem kijken hoe het moet]
4. oefening baart kunst
[door oefening krijg je vaardigheid]
5. uit de kunst!
[geweldig!]
3. iets dat is nagemaakt
♢ dat zijn geen echte bloemen, het is kunst

Woorddeel: kunst

Zelfstandig naamwoord: kunst
de kunst
de kunsten
het kunstje

Synoniemen
toer