Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

Gepubliceerd op 30-11-2017

2017-11-30

kras

betekenis & definitie

kras - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord

1. met veel kracht
opa is nog erg kras voor zijn leeftijd
2. wat je bijna niet kunt geloven
♢ het is toch kras dat hij wist wat ik dacht

1. geluid als van een scherp voorwerp dat over iets hards wordt gehaald
♢ wij hoorden een kras toen de meester met zijn nagel het schoolbord raakte
2. indruk die door een scherp voorwerp gemaakt is
♢ Youp had allemaal krassen op zijn arm van het jonge poesje
3. slordige streep
♢ de peuter zette met een potlood allemaal krassen op het papier

Bijvoeglijk naamwoord: kras
... is krasser dan ...
de/het krasse ...

Synoniemen
kloek, krachtig

Tegenstellingen
zwak

Zelfstandig naamwoord: kras
de kras
de krassen
het krasje

Synoniemen
krab