Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 30-11-2017

krankzinnig

betekenis & definitie

krankzinnig - bijwoord, bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: krank-zin-nig

1. in hoge mate, zeer
die hoed was krankzinnig duur

1. geestelijk ziek
♢ zijn moeder is krankzinnig geworden

Bijwoord: krank-zin-nig

Bijvoeglijk naamwoord: krank-zin-nig
... is krankzinniger dan ...
het krankzinnigst
de/het krankzinnige ...
iets krankzinnigs

Synoniemen
gek, gestoord, getikt