Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

Gepubliceerd op 30-11-2017

2017-11-30

kloek

betekenis & definitie

kloek - zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord

1. kip met kuiken
♢ de kloek had alle kuikens om zich heen

1. nogal groot
♢ het woordenboek bestaat uit drie kloeke delen
2. met veel kracht
♢ ze nam een kloek besluit

Zelfstandig naamwoord: kloek
de kloek
de kloeken
het kloekje

Bijvoeglijk naamwoord: kloek
... is kloeker dan ...
de/het kloeke ...
iets kloeks

Synoniemen
flink, krachtig, kras, stevig

Tegenstellingen
klein, mini, zwak