Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

klant

betekenis & definitie

klant - zelfstandig naamwoord

1. wie iets koopt
er stond een rij klanten voor de kassa
1. de klant is koning
[hij mag zeggen hoe hij het hebben wil]

Zelfstandig naamwoord: klant
de klant
de klanten
het klantje