Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

kijken

betekenis & definitie

kijken - onregelmatig werkwoord
uitspraak: kij-ken

1. je ogen gebruiken
we keken naar buiten maar we zagen niets
1. daar sta ik van te kijken
[daar ben ik verbaasd over]
2. ach jongen, jij komt pas kijken
[jij weet nog niet veel]
3. laat naar je kijken!
[je vertelt onzin]
4. boos kijken
[een boos gezicht trekken]
5. kijk, volgens mij zit het zo
[let op, volgens mij zit het zo]
6. hij kijkt niet zo nauw
[hij is niet zo precies of fijngevoelig]
7. tot kijk
[tot ziens]

Onregelmatig werkwoord: kij-ken
ik kijk
jij/u kijkt
hij/zij kijkt
wij/zij/jullie kijken
ik/jij/u/hij/zij keek
wij/zij/jullie keken
hij heeft gekeken
kijkend, kijkende