Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

kalf

betekenis & definitie

kalf - zelfstandig naamwoord

1. jong van een koe
♢ als het voorjaar is, zie je weer kalveren in de wei
1. als het kalf verdronken is, dempt men de put
[een fout wordt pas goedgemaakt als het te laat is]
2. het gemeste kalf slachten
[mensen heel rijk en feestelijk ontvangen]
3. als de kalveren op het ijs dansen
[nooit]
4. over koetjes en kalfjes praten
[over alledaagse dingen]

Zelfstandig naamwoord: kalf
het kalf
de kalveren
het kalfje