Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

kaar

betekenis & definitie

kaar - zelfstandig naamwoord

1. bak die in het water gehangen wordt en waarin de gevangen vis levend bewaard wordt
♢ Teddy had drie vissen in zijn kaar

Zelfstandig naamwoord: kaar
de of het kaar
de karen