Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

jagen

betekenis & definitie

jagen - onregelmatig werkwoord
uitspraak: ja-gen

1. dieren achternazitten om ze te vangen of te doden
♢ ze joegen op wilde eenden
2. ze dwingen een bepaalde kant op de gaan
♢ de boer joeg de koeien de schuur in
3. snel gaan, snel bewegen
♢ de wolken joegen voorbij

Onregelmatig werkwoord: ja-gen
ik jaag
jij/u jaagt
hij/zij jaagt
wij/zij/jullie jagen
ik/jij/u/hij/zij jaagde of joeg
wij/zij/jullie jaagden of joegen
hij heeft gejaagd
jagend, jagende