Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

heibel

betekenis & definitie

heibel - zelfstandig naamwoord
uitspraak: hei-bel

1. toestand van kwaad zijn op elkaar
er is de laatste tijd veel heibel in de vakbeweging

Zelfstandig naamwoord: hei-bel
de heibel

Synoniemen
bonje, conflict, geschil, meningsverschil, onenigheid, ongenoegen, onvrede, ruzie, stront, twist, verdeeldheid, wrijving

Tegenstellingen
genoegen, harmonie