Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

haal

betekenis & definitie

haal - zelfstandig naamwoord

1. een forse trek
ze gaf een flinke haal aan het touw
1. met iets aan de haal gaan
[ermee vandoor gaan]

Zelfstandig naamwoord: haal
halen haal
de haaltje